Cavalier of king charles spaniel

Waar u naar kijkt
De hond op de foto ligt in het gras: een blenheim met een vrijwel platte schedel en een snuit die recht naar voren loopt. Dat is de cavalier. Bij de king charles spaniel is de kop bol en de neus kort en opgewipt. Aan de kleur ziet u het verschil niet, aan het hoofd wel.
Twee rassen, bijna dezelfde naam
In Nederland worden ze doorlopend verwisseld, en dat is begrijpelijk: de namen schelen één woord. Toch zijn het twee erkende rassen met een eigen standaard, een eigen nummer bij de internationale kynologenfederatie en een eigen fokbeleid. De king charles spaniel heet in het Nederlands ook wel engelse dwergspaniel; in de Verenigde Staten heet hij english toy spaniel.
Formaat
De cavalier weegt vijf tot acht kilo en heeft een schofthoogte rond de dertig tot drieëndertig centimeter. De king charles spaniel is kleiner en compacter: ruwweg drieënhalf tot zes kilo. In de praktijk ziet u dat vooral aan de bouw; de king charles oogt gedrongener en zwaarder gebouwd voor zijn maat.
De kop
Dit is het duidelijkste verschil. De cavalier heeft een vrijwel platte schedel tussen de oren en een snuit van ongeveer vier centimeter die recht naar voren loopt. De king charles spaniel heeft een bol, gewelfd hoofd, een duidelijke stop en een korte, opgewipte neus. Die korte kop brengt de gebruikelijke bezwaren van kortsnuitige honden met zich mee.
Oren en ogen
Beide rassen hebben lange, laag aangezette oren met veel bevedering en grote donkere ogen. Bij de king charles spaniel staan de ogen door de bouw van het hoofd verder naar voren en zijn ze prominenter, wat de kans op oogbeschadigingen vergroot.
Kleuren zijn gelijk
Beide rassen komen voor in dezelfde vier kleurslagen: blenheim, tricolour, black and tan en ruby. Aan de kleur kunt u dus niet zien met welk ras u te maken hebt; kijk naar de kop en het formaat.
Welke u tegenkomt
In Nederland is de cavalier veruit het bekendst en het talrijkst. De king charles spaniel wordt maar door een handvol fokkers gefokt en u komt hem zelden op straat tegen. Wie zoekt naar informatie over een hond met een bol hoofd en een stompe neus, komt daardoor voortdurend cavaliermateriaal tegen dat maar half van toepassing is.
Twee namen, twee verenigingen
In Nederland worden beide rassen door aparte rasverenigingen behartigd, met eigen fokreglementen en eigen verplichte onderzoeken. Wie een pup zoekt, komt dus bij verschillende adressen uit. Let er bij advertenties op dat de naam volledig wordt genoemd: staat er alleen king charles spaniel terwijl de foto's een langsnuitige hond tonen, dan gaat het vrijwel zeker om een cavalier en is de verkoper slordig met namen, of erger.